Skip to article frontmatterSkip to article content
Site not loading correctly?

This may be due to an incorrect BASE_URL configuration. See the MyST Documentation for reference.

Druksensor ijken en maken van een pV-diagram

Introductie

In de experimentele natuurkunde was het lang geleden gelukt om de krachten tussen ladingen te bestuderen zonder dat bekend was hoe groot die ladingen nu precies waren. Men laadde een metalen bol op en hield deze tegen een andere metalen bol van hetzelfde materiaal. Men redeneerde dat de ladingen op de bollen gelijk waren, omdat ze van hetzelfde materiaal waren. Vervolgens plaatste men de bollen in een vacuüm en mat men de krachten tussen de bollen met een zeer gevoelige balans. Op deze manier kon men de krachten tussen de ladingen bestuderen zonder de absolute waarde van de ladingen te kennen. Dit trucje kon herhaald worden met andere bollen waarna een kwantiatieve beschrijving van de krachten tussen ladingen mogelijk werd.

Een soortgelijke meettechniek gaan we gebruiken om een druksensor te ijken. Van de sensor zijn wel wat dingen bekend, maar omdat de spanning van de Arduino niet overeenkomstig is met de gewenste spanning, zouden we deze moeten ijken. We weten dat de sensor lineair is, dus als we twee punten weten, kunnen we de rest van de curve bepalen. Nog beter zou het zijn om drie punten te nemen en zo ook het lineaire karakter van de sensor te bevestigen.

Theorie

Een injectiespuit met een maximaal volume van 50 mL is gevuld met lucht. De spuit kan aan een kant afgesloten worden met een tube die verbonden is met een druksensor die de gasdruk meet. Door de zuiger van de spuit in te drukken, wordt het volume verkleind en de druk verhoogd. Wanneer we de druk langzaam in drukken verwachten we dat de druk in de spuit volgens de wet van Boyle toeneemt:

P1V1=P2V2P_1 V_1 = P_2 V_2

Omdat de gemeten spanning van de druksensor lineair afhankelijk is van de druk, kan de druk uitgedrukt worden als:

P=aU+bP = a U + b

Methode en materialen

Je maakt gebruik van een Arduino. Daarvoor heb je de juiste IDE nodig. Het programma staat al op de Arduino’s in het lokaal. Zodra je de Arduino aansluit op je computer zal de Arduino gaan meten, maar zijn de metingen nog niet zichtbaar. Je moet de Arduino op Arduino MKR Zero zetten. Dan wordt nog wel een driver geinstalleerd.

Controleer of de Arduino herkend wordt door op tools -> port te klikken, daar staat de com poort van de Arduino. Open vervolgens de seriële monitor (het vergrootglas rechtsboven in de IDE) om de gemeten spanning te zien.

int drukpin = A1;

void setup() {
  pinMode(A1,INPUT);
  Serial.begin(9600);
}

void loop() {
  Serial.println(analogRead(drukpin));
  delay(100);
}

Deel 1

Stel de injectiespuit in op 40 mL en sluit de spuit aan op de druksensor door middel van een zo klein mogelijke tube. Meet de spanning van de druksensor met de Arduino en noteer deze waarde als U1U_1. Druk vervolgens de zuiger langzaam in tot 20 mL en meet opnieuw de spanning van de druksensor, noteer deze waarde als U2U_2. Herhaal dit voor volumes van 10 mL.

  1. Leg uit waarom een zo klein mogelijke tube gebruikt moet worden.
    In de tube zit ook een bepaald volume lucht. Door de tube zo klein mogelijk te maken, wordt de systematische fout in de ijking geminimaliseerd.

  2. Welke waarde hoort bij de gasdruk bij 40 mL? Zoek deze waarde op.
    Bij de 40 mL meting is het volume nog niet verkleind, dus is de gasdruk gelijk aan de atmosferische druk. Dit is 1 atm = 101325 Pa.

  3. Welke waarden horen bij de gasdruk bij 20 en 10 mL?
    Volgens de wet van Boyle geldt voor 20mL: P2=P1V1V2=2P1=202650PaP_2 = \frac{P_1 V_1}{V_2} = 2 P_1 = 202650 Pa. Voor 10 mL geldt: P3=405300PaP_3= 405300 Pa.

  4. Gebruik de drie punten om de waarden van aa en bb in vergelijking 2 te bepalen en controleer of de sensor inderdaad lineair is door de waarden te plotten.

Resultaten

### Deel 1
import numpy as np
import matplotlib.pyplot as plt
from scipy.optimize import curve_fit 

#data
atm= 101325 #Pa
U = np.array([153, 180, 228, 313]) #spanning 
P = np.array([(4/5)*atm, atm, (4/3)*atm, 2*atm]) #druk in Pa

#a en b bepalen met curve_fit
def function_fit(U,a,b):
    return a*U + b
val,cov = curve_fit(function_fit, U, P)
print('a=', val[0], 'b=', val[1])

U_fit = np.linspace(min(U), max(U)+200, 100)
P_fit = function_fit(U_fit, *val)

#grafiek
plt.figure()
plt.xlabel('U')
plt.ylabel('$P$ (Pa)')
plt.plot(U, P, 'k.', label='Data')
plt.plot( U_fit, P_fit, 'r--', label= 'Curve_fit')
plt.legend()
plt.show()
a= 758.6988774775904 b= -35741.95472543026
<Figure size 640x480 with 1 Axes>

Deel 2

Vervang daarbij de kleine tube voor een langere en bepaal het onbekende volume van de tube met een volgende meetserie waarbij je de druk en het volume bepaald. Zorg ervoor dat ook drukken onder de 1 atm gemeten worden.

Er geldt P1(V1+Vbuis)=P2(V2+Vbuis)P_1(V_1+V_{buis})=P_2(V_2+V_{buis}). Hieruit volgt dat Vb=P2V2P1V1P1P2V_b=\frac{P_2V_2-P_1V_1}{P_1-P_2}

Resultaten

V_deel2 = np.array([50,40,30,24,20,16,14,12,10]) #mL,bij 40 mL is de druk 1 atm
U_deel2 = np.array([155,181,224,261,296,343,376,415,450]) #gemeten spanning
P_deel2_t = np.array([(4/5)*atm, atm, (4/3)*atm, (40/24)*atm, 2*atm, (40/16)*atm, (40/14)*atm, (40/12)*atm, 4*atm]) #druk in Pa volgens de wet van Boyle
P_deel2= val[0]*U_deel2+val[1] #druk in Pa volgens de gemeten spanning en de ijking van deel 1

#Formule van hierboven iteratief gebruiken en gemiddelde nemen om V_buis te bepalen
i=1
V_b_array=np.array([])
for i in range(len(V_deel2)):
    V_b = (P_deel2[i]*V_deel2[i]-P_deel2[i-1]*V_deel2[i-1])/(P_deel2[i-1]-P_deel2[i])
    V_b_array = np.append(V_b_array, V_b)
print('Het volume van de langere buis is:', round(np.average(V_b_array),1), 'mL')

#grafiek met meting 1, ijklijn van meting 1 en meting 2 
plt.figure()
plt.xlabel('U')
plt.ylabel('$P$ (Pa)')
plt.plot(U, P, 'k.', label='Data korte buis')
plt.plot( U_fit, P_fit,'b--', label= 'IJklijn')
plt.plot(U_deel2,P_deel2_t, 'r.' ,label='Grotere buis')
plt.legend()
plt.show()
Het volume van de langere buis is: 4.6 mL
<Figure size 640x480 with 1 Axes>